woensdag 20 juli 2011

Ton en FABELS



Het zal ongeveer in de zomer van 2004 zijn geweest dat wij bij Bas Bossinade op de Hobbyclub kennis maakten met een zekere F.Abels en zijn partner Mirjam. Fred Abels of Fabels zoals hij zich ook wel liet noemen bleek een getalenteerd technicus en artiest te zijn die af en toe bij Bas langs kwam om wat ideeën en onderdelen te verzamelen voor zijn kunstzinnige projecten.

Klik HIER voor de site van Fred en klik HIER voor de site van Mirjam en ga eens lekker dwalen langs hun activiteiten....

Het was de periode dat Fred zijn Monkey als een op afstand bestuurbare aap aan het ontwikkelen was. Met veel interesse hebben wij toen een kijkje in het inwendige van de aap kunnen nemen.

Later kwamen wij Fred tegen op de Robodock manifestatie waar hij een performance met zijn zwerver DIRK ten beste gaf.

Dit alles bracht jl. zaterdag op de zgn. Zwoele Zomeravond van het Kroller Muller Museum een soort van Deja Vue bij mij teweeg toen daar in de stromende regen Fred en Mirjam hun Monkey Mono aan het publiek lieten zien. Ik herkende de act, maar de performers Fred en Mirjam wist ik niet onmiddellijk thuis te brengen.

Thuis achter de computer maar eens wat info over F.Abels opgezocht en jawel het bleek wel degelijk de man achter al deze robotic shows te zijn.....klik HIER

Omdat ik daar net als Ton nog wat dierbare herinneringen aan heb gehad, een filmpje over deze in mijn ogen bijzondere knutselaar.






Fred Abels      NRCHandelsblad 23 dec 2004

Ons gezin gaat op de fiets naar ROBODOCK: zoon, zijn vriendin, man en 
ikzelf. De lucht is grauw, regenachtig, groots ook. We fietsen 
twee-aan-twee om het robot-festival te bereiken, naar het ADM-terrein aan 
de rand van Amsterdam, langs loodsen, kranen, snelwegen. Af en toe voelen 
we een spat, maar bereiken nog redelijk droog de 'vrijplaats': een van de 
weinig overgebleven gekraakte terreinen, afgebakend met een groot hek. Vóór 
het hek wonen de zwervers, illegalen, alcoholisten in caravans 
en  zelfgemaakte bouwsels, duidelijk afgeschermd van de oorspronkelijke 
krakers. Aanzuigingkracht heet dat, of tweedeling (ja, ook bij 
stadsnomaden). Achter het hek namelijk wordt het ADM-terrein bevolkt door 
kinderen, krakers en kunstenaars, de nettere soort nomade.

Het is erg druk, het publiek komt in deze landelijke omgeving van alle 
kanten aangestroomd. Wat een variatie:  bejaarde dames, ambtenaren, mooie 
meisjes op laarzen, kunststudenten. We betalen, gaan door het hek en zijn 
op het festival, waar Tuig in de stromende regen de schitterende 
theatervoorstelling Tegenwind opvoert waarin een enorm bouwwerk geleidelijk 
instort. In de loods staan indrukwekkende bouwsels: robot-apen komen later 
op de dag tot leven, ze springen, piepen en zwaaien met hun staarten. In 
een badkuipenflat met warm water en hoge trappen, nemen complete gezinnen 
plaats. Op elke bad-verdieping zitten natgeregende bezoekers op zoek naar 
warmte en schuim.
Een robotpaard galoppeert hinnikend door de massa, in toom gehouden door 
zijn charmante berijder, die het publiek trakteert op een 
paarden-stunt-show. Een atleet draait rondjes aan het plafond, een popgroep 
speelt punkmuziek, een bar voorziet ons mechanisch van schnaps, verderop 
staan stoelen die het publiek heen en weer schudden. Uren lopen we over het 
terrein, drinken zoete muntthee, eten uitheemse broodjes en bekijken hoe 
een kind in een stalen bal door een vlam wordt geschoten.

Al kletsend met mijn zoon bots ik tegen een zwerver op, die een 
winkelkarretje voorduwt. Ik deins naar achteren. Hij heft zijn hoofd op en 
kijkt me vragend aan. ,,Sorry,'' zeg ik beschaamd, omdat ik hem zomaar 
omver loop en hij zo vreselijk stinkt. Lukt het, kan hij er langs? Het 
schiet door mijn hoofd dat hij waarschijnlijk ergens op het terrein zich 
schuil houdt als tijdelijke woonplaats, en nu tussen het Robodock-publiek 
is beland. Dat soort figuren heb je nu eenmaal op kraakterreinen. Hij 
schuifelt onzeker verder en lijkt tegen mijn zoon te mompelen. Ik kijk naar 
zijn lange zwarte haardos, baard, dikke bril en zijn gescheurde jas. In 
zijn winkelwagen zit een mechaniek, tussen een hoop rommel, maar dat zet me 
niet aan het denken. Is er iets, kan ik u helpen? Het lijkt een aardige 
gek, zo te zien aan zijn motoriek is hij ontzettend verlegen. De haarbaard 
durft je bijna niet aan te kijken. Een meisje achter me roept: ,,He, 't is 
maar een robot, hoor." En dan is de illusie verbroken want nu zie ik het 
ook: het is een pop.

Dirk, de zwerver-robot, wordt bestuurd via afstandsbediening door Fred 
Abels. Abels kan zich zelf doorzichtig maken. Hij gedraagt zich zo 
onopvallend, dat je niet ziet dat hij de zwerver bespeelt. Ik zie dan ook 
niemand en heb niet door dat Abels zich in een straal van vijf meter rond 
de robot bevindt, maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Kijk maar eens op 
de website fabels.org zegt een man. Fabels staat voor Fred Abels, F.Abels.
Zo komt het dat ik dagen later als Robodock al weer is opgeruimd, opnieuw 
naar het ADM-terrein fiets nu naar het atelier van Fred Abels, weer langs 
donkere woeste luchten waartegen zich het staal aftekent.
Fred Abels (1961) is een jonge vent, innemend, met rossig haar. Althans dat 
is mijn herinnering bij de tweede ontmoeting blijkt hij blond. Zijn 
atelier, een grote ruimte op de begane vloer, tegenover wat woonwagens en 
oude auto's, wordt gemarkeerd door een stalen roos die beweegt in de wind. 
In de hal naast zijn werkplaats staat de Dicyclet, een grote fiets die 
Abels ontwierp en bouwde met Maik ter Veer. Twee enorme wielen van glanzend 
metaal waartussen de fietser zit -hangt als het ware- onder de as. In een 
filmpje op de website zie je hoe de bestuurder over de kop gaat wanneer 
deze plotseling remt. Abels legt uit hoe je kunt sturen, vertelt over het 
maakproces, en de eerste optredens op Oerol.

In zijn werkplaats verhaalt Abels over zijn achtergrond: ,, Ik ben een 
echte Amsterdammer, geboren in de Jodenbreestraat. Daar woon ik trouwens nu 
weer vlakbij. Nadat ik de LTS heb gedaan, ben ik gaan werken bij technische 
bedrijven in fabrieken, maar dat hield ik niet vol. Maar ik heb er wel wat 
goeds aan over gehouden kijk maar: op mijn vijftiende kocht ik deze draaibank."
Trots demonstreert Abels zijn draaibank: ,,de basis van alles".  Hij legt 
uit dat de draaibank ook een kip-en-ei verhaal in zich draagt: want wie was 
er eerst? Anders gezegd heeft een draaibank geen draaibank nodig om gemaakt 
te kunnen worden?  Abels schreef er een tekst over, nadat hij in Zuid 
Frankrijk een oude draaibank van de schroot redde en repareerde. "Deze was 
uit 1890, totaal verroest en incompleet. De trapaandrijving ontbrak, dus 
hingen we er op de houtje-touwtje-manier een wasmachinemotor aan, met een 
V-snaar van een Renault 4, trappen leek ons wat ouderwets. Na wat borstelen 
en oliën bewoog alles weer. De hoofdas spelingvrij afgesteld en ook de 
geleidingen. Opeens beseffen we dat een draaibank je door een barrière in 
je werkplaats helpt. De vraag over de allereerste draaibank beantwoordt 
zichzelf: we kunnen met deze motor een betere poelie draaien, voor nog een 
betere motor. Zie: de enige machine die zichzelf verbeteren kan. Viva de 
draaibank, moeder van alle machientjes!"

Abels heeft altijd geknutseld ,,maar het duurt wel lang tot je mensen 
vindt". Hij stuitte op soortgenoten toen hij na een periode van knutselen 
aan brommers en auto's, en een reis naar India, besloot uitvinder te 
worden. ,,Opeens wist ik het: ik ben uitvinder." Hij nam bezit van een 
werkplaats in het destijds gekraakte Silo-gebouw.
,,Vanaf toen werd alles anders, ik ontmoette mensen die net als ik 
knutselde, alleen noemden zij zich kunstenaar. Ik kende die 
kraakpandensfeer eigenlijk niet, ik was daar dan ook de enige Amsterdammer 
en de meest technische van iedereen. In die tijd restaureerde ik kinetische 
kunstwerken voor het Kroller Moller Museum en verdiende daar goed mee. Dat 
was nogal ongebruikelijk in de kraakscene. Ik heb enorm moeten wennen aan 
het gemeenschaps-gebeuren, maar had er uiteindelijk heel veel aan."
Hij laat een zwart-wit foto zien van de oude Silo-groep, een groep jonge 
kunstenaars die allerlei activiteiten ondernam in hun kraakpand: 
exposities, feesten, festivals. Ook toont hij afbeeldingen van een 
uitvinding uit die tijd: 'de overboord-motor' als aanvulling op de buiten- 
en binnenboordmotor. De motor wordt letterlijk overboord gegooid en komt 
net boven water, want drijft op een halfopgepompte stootwil. Zo ligt de 
motor enkele meters voor het stalen bootje onder water. Zittend op de boot, 
waar de accu's in staan, bestuur je de motor alsof het een paard is, met 
als teugels rode en zwarte stroomdraad.
,,Ik ben gek op bootjes en had genoeg van die motorherrie. Als-ie onder 
water is, hoor je niks. In de overboordmotor zit trouwens de ruitenwisser 
van een tram verwerkt, dat is een ander verhaal. Voor de gein heb ik er 
toen een haaienvin op de stootwil bevestigd, zodat het net lijkt of je door 
een haai wordt voortgetrokken. Eigenlijk was het ding beter zonder die vin. 
Mensen wisten dan echt niet wat ze moesten denken. Soms dachten ze dat je 
je hond die boot liet trekken en riepen dan vanaf de kant: dierenbeul!" 
Abels lacht.

Voor zijn pand stopt een auto. Een kunstenares heeft haar atelier opgeruimd 
en vraagt of een bromtol welkom is. Abels kijkt of de bromtol werkt en 
herinnert zich dan weer zijn eerste kraakpand-ervaringen. ,, Het was niet 
altijd leuk. In het begin dacht ik, misschien heb ik wel de verkeerde 
kleren aan, de foute gympen. Maar uiteindelijk heeft het verblijf in de 
SILO me veranderd. Ik ging meedoen met exposities."
Zo kwam het dat werk van Abels te zien was in kunstenaars sociëteit Arti en 
galerie Latour in Amsterdam. Een van de werken die hij laat zien is een 
grote vogel hij heeft meerdere variaties van het beest gemaakt- de 
uitdaging was om het beest te laten voortbewegen doordat de vleugels een 
luchtstroom zouden maken die hem voortduwen. Een van de eerste modellen 
verkocht hij aan de KLM. waar het beest in hangar 14 rondvloog voor het 
personeel en bezoekers.  ,,Af en toe moest hij in de revisie, dan stond ik 
mijn beestje te repareren naast monteurs en Boeings 747. Geweldig vond ik 
dat. Belangrijk was dat mijn vogeltje bleef vliegen, jaar in jaar uit. 
Langzaam haalde ik alle kinderziektes eruit. Hij heeft vijf jaar gevlogen. 
Toen nam ik hem mee naar huis om te repareren, maar daar bleek geen geld 
meer vpoor te zijn. Het was vlak na 11 september. Sindsien is hij weer 
terug op het nest."
Een later model, de Ornitopther, dat mechanische vogel betekent,  heeft een 
vleugelspanwijdte van 5 meter en vliegt op zijn website. De vogel heeft 
grote afstanden afgelegd in fabriekshallen op exposities. Abels werkt 
altijd aan een groot project, en knutselt daarnaast aan zij-projectjes. 
Zoals een glazen stulp waarin, op een stalen pen, een symmetrische vorm 
(een S) is bevestigd met scherpe uiteinden, die als een gek rond draait. Er 
volgt een verhaal over een ionenmotor en cascadeschakelingen. Een ander 
object is gebaseerd op een Tesla-spoel. Twee stalen staafjes staan naast 
elkaar, een zogenaamde jakobsladder waarlangs een blauwpaarse straal omhoog 
loopt eindigend in een knetterend bergje. Ik mag er mijn vinger niet bij 
houden want er staat 20.000 volt op.

Ook toont hij een object waarvan hij een latere versie verkocht heeft aan 
strandpaviljoen Zeezicht in IJmuiden: The stardust generator. Aan een ronde 
glazenbol, opgehangen als een kompas, is een lichtgevoelig oog en een lamp 
bevestigd. De bol draait mika-stof (stel je verpulverde oude raampjes uit 
een kolenkachel voor) in het rond tot  de 'sterrennevel' neerdaalt en het 
lichtgevoelige oog wordt bedekt, waardoor de bol stopt; de lamp warmt de 
mika-stof op en de bol gaat weer draaien. Tot in lengte van dagen vormt het 
ronddraaiende stof een spiraal die doet denken aan het melkwegstelsel, in 
het klein. In zijn atelier hangt een model dat met kwik gemaakt is. Abels: 
,, Wat exposeren betreft had ik het snel gehad met die grote witte ruimten. 
Ik blijf steeds nieuwe scenes uitproberen. KLM dat is zaken doen, met Dirk 
ben ik straatartiest, poppenspeler, en voor mijn vorig project 'de 
dansmachine' stond ik als een deejay te knallen in het nachtleven."
Abels laat een manshoog wiel zien, dat hij kan ronddraaien en waar zestien 
sensoren opzitten, een bespeelbare machine die elektronische muziek maakt. 
Het wiel stuurt onder andere een sampler aan die geluiden maakt en de 
Pyrobass, die door middel van gasexplosies basdreunen produceert. Later 
voegde hij er ook nog een bewegend danspodium aan toe.
,,Ik heb twee versies gemaakt, ook een light-version om mee te reizen. Drie 
jaar lang trad ik ermee op eerst in de techno-scene en vervolgens van de 
Stadsschouwburg tot en met de Dogtroep."

Tenslotte vertelt hij ook nog over zijn Mandala-machine, een mechanisch 
autootje dat stervormige sporen kan nalaten op de grond alsof het 
spirituele tekeningen zijn; en over zijn Cotyl, een organische sculptuur, 
een capsule die los in een constructie hangt op het strand en waar acht 
mensen in kunnen. Terwijl de wind de bol-bezoekers heen en weer 
wiegt,  kunnen ze tegelijkertijd genieten van de geluiden van de wind. Het 
is eigenlijk te veel om op te noemen maar op de fabels.org valt alles 
uitgebreid te bekijken.

Mag ik Dirk, de zwerver, nog een keer zien bewegen? Nu toont Abels hoe hij 
hem bestuurt: een bruinsuède schoudertas verbergt een radiografische 
afstandsbediening, de joy-stick zit heel ingenieus verstopt onder de 
franjes. De zwerver tilt zijn hoofd op en beweegt zijn haren. ,,Wees maar 
niet verlegen, hoor Dirk," zegt Abels. De robot is levensecht schuchter, 
mede dankzij de samenwerking met poppenspeler Mirjam Langemijer, die 
eindeloos veel tijd heeft gestoken in het vermenselijken van Dirk. Het 
lopen kostte uiteindelijk het meeste werk, Abels vernieuwde vier keer 
compleet het mechaniek. Dirk duwt namelijk zijn kar echt voort.
,,Ik had ook een motortje op de zwenkwieltjes van het supermarktkarretje 
kunnen maken, maar dan bungelt hij er achteraan. Mijn bedoeling is dat je 
de eerste twintig seconden denkt dat Dirk echt is. Wat moet die gast nou 
hier in de buurt? En als je ziet, dat het een machine is, word je 
geconfronteerd met je eigen gedachten. Vervolgens blijft men om te kijken 
naar de reacties van anderen die nog niet weten wie Dirk is. Zo kijken 
mensen tenslotte naar elkaar, dat is toch prachtig."

1 opmerking:

  1. Geweldig dat verhaal over die robot aap en zwerver Dirk.

    Ik kan me herinneren dat Ton het daar over gehad heeft, hij was vol bewondering.

    Hij vertelde dat er een levens echte aap aanwezig was in Velzen en dat bijna alle aanwezigen in eerste instantie dachten dat het beest echt was.

    Ja wat een leuk verhaal!

    Marian

    BeantwoordenVerwijderen