Het zal ongeveer in de zomer van 2004 zijn geweest dat wij bij
Bas Bossinade op de Hobbyclub kennis maakten met een zekere F.Abels en zijn partner Mirjam. Fred Abels of Fabels zoals hij zich ook wel liet noemen bleek een getalenteerd technicus en artiest te zijn die af en toe bij Bas langs kwam om wat ideeën en onderdelen te verzamelen voor zijn kunstzinnige projecten.
Klik
HIER voor de site van Fred en klik
HIER voor de site van Mirjam en ga eens lekker dwalen langs hun activiteiten....
Het was de periode dat Fred zijn Monkey als een op afstand bestuurbare aap aan het ontwikkelen was. Met veel interesse hebben wij toen een kijkje in het inwendige van de aap kunnen nemen.
Later kwamen wij Fred tegen op de
Robodock manifestatie waar hij een performance met zijn zwerver DIRK ten beste gaf.
Dit alles bracht jl. zaterdag op de zgn. Zwoele Zomeravond van het Kroller Muller Museum een soort van Deja Vue bij mij teweeg toen daar in de stromende regen Fred en Mirjam hun Monkey Mono aan het publiek lieten zien. Ik herkende de act, maar de performers Fred en Mirjam wist ik niet onmiddellijk thuis te brengen.
Thuis achter de computer maar eens wat info over F.Abels opgezocht en jawel het bleek wel degelijk de man achter al deze robotic shows te zijn.....klik
HIER
Omdat ik daar net als Ton nog wat dierbare herinneringen aan heb gehad, een filmpje over deze in mijn ogen bijzondere knutselaar.
Fred Abels NRCHandelsblad 23 dec 2004
Ons gezin gaat op de fiets naar ROBODOCK: zoon, zijn vriendin, man en
ikzelf. De lucht is grauw, regenachtig, groots ook. We fietsen
twee-aan-twee om het robot-festival te bereiken, naar het ADM-terrein aan
de rand van Amsterdam, langs loodsen, kranen, snelwegen. Af en toe voelen
we een spat, maar bereiken nog redelijk droog de 'vrijplaats': een van de
weinig overgebleven gekraakte terreinen, afgebakend met een groot hek. Vóór
het hek wonen de zwervers, illegalen, alcoholisten in caravans
en zelfgemaakte bouwsels, duidelijk afgeschermd van de oorspronkelijke
krakers. Aanzuigingkracht heet dat, of tweedeling (ja, ook bij
stadsnomaden). Achter het hek namelijk wordt het ADM-terrein bevolkt door
kinderen, krakers en kunstenaars, de nettere soort nomade.
Het is erg druk, het publiek komt in deze landelijke omgeving van alle
kanten aangestroomd. Wat een variatie: bejaarde dames, ambtenaren, mooie
meisjes op laarzen, kunststudenten. We betalen, gaan door het hek en zijn
op het festival, waar Tuig in de stromende regen de schitterende
theatervoorstelling Tegenwind opvoert waarin een enorm bouwwerk geleidelijk
instort. In de loods staan indrukwekkende bouwsels: robot-apen komen later
op de dag tot leven, ze springen, piepen en zwaaien met hun staarten. In
een badkuipenflat met warm water en hoge trappen, nemen complete gezinnen
plaats. Op elke bad-verdieping zitten natgeregende bezoekers op zoek naar
warmte en schuim.
Een robotpaard galoppeert hinnikend door de massa, in toom gehouden door
zijn charmante berijder, die het publiek trakteert op een
paarden-stunt-show. Een atleet draait rondjes aan het plafond, een popgroep
speelt punkmuziek, een bar voorziet ons mechanisch van schnaps, verderop
staan stoelen die het publiek heen en weer schudden. Uren lopen we over het
terrein, drinken zoete muntthee, eten uitheemse broodjes en bekijken hoe
een kind in een stalen bal door een vlam wordt geschoten.
Al kletsend met mijn zoon bots ik tegen een zwerver op, die een
winkelkarretje voorduwt. Ik deins naar achteren. Hij heft zijn hoofd op en
kijkt me vragend aan. ,,Sorry,'' zeg ik beschaamd, omdat ik hem zomaar
omver loop en hij zo vreselijk stinkt. Lukt het, kan hij er langs? Het
schiet door mijn hoofd dat hij waarschijnlijk ergens op het terrein zich
schuil houdt als tijdelijke woonplaats, en nu tussen het Robodock-publiek
is beland. Dat soort figuren heb je nu eenmaal op kraakterreinen. Hij
schuifelt onzeker verder en lijkt tegen mijn zoon te mompelen. Ik kijk naar
zijn lange zwarte haardos, baard, dikke bril en zijn gescheurde jas. In
zijn winkelwagen zit een mechaniek, tussen een hoop rommel, maar dat zet me
niet aan het denken. Is er iets, kan ik u helpen? Het lijkt een aardige
gek, zo te zien aan zijn motoriek is hij ontzettend verlegen. De haarbaard
durft je bijna niet aan te kijken. Een meisje achter me roept: ,,He, 't is
maar een robot, hoor." En dan is de illusie verbroken want nu zie ik het
ook: het is een pop.
Dirk, de zwerver-robot, wordt bestuurd via afstandsbediening door Fred
Abels. Abels kan zich zelf doorzichtig maken. Hij gedraagt zich zo
onopvallend, dat je niet ziet dat hij de zwerver bespeelt. Ik zie dan ook
niemand en heb niet door dat Abels zich in een straal van vijf meter rond
de robot bevindt, maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Kijk maar eens op
de website fabels.org zegt een man. Fabels staat voor Fred Abels, F.Abels.
Zo komt het dat ik dagen later als Robodock al weer is opgeruimd, opnieuw
naar het ADM-terrein fiets nu naar het atelier van Fred Abels, weer langs
donkere woeste luchten waartegen zich het staal aftekent.
Fred Abels (1961) is een jonge vent, innemend, met rossig haar. Althans dat
is mijn herinnering bij de tweede ontmoeting blijkt hij blond. Zijn
atelier, een grote ruimte op de begane vloer, tegenover wat woonwagens en
oude auto's, wordt gemarkeerd door een stalen roos die beweegt in de wind.
In de hal naast zijn werkplaats staat de Dicyclet, een grote fiets die
Abels ontwierp en bouwde met Maik ter Veer. Twee enorme wielen van glanzend
metaal waartussen de fietser zit -hangt als het ware- onder de as. In een
filmpje op de website zie je hoe de bestuurder over de kop gaat wanneer
deze plotseling remt. Abels legt uit hoe je kunt sturen, vertelt over het
maakproces, en de eerste optredens op Oerol.
In zijn werkplaats verhaalt Abels over zijn achtergrond: ,, Ik ben een
echte Amsterdammer, geboren in de Jodenbreestraat. Daar woon ik trouwens nu
weer vlakbij. Nadat ik de LTS heb gedaan, ben ik gaan werken bij technische
bedrijven in fabrieken, maar dat hield ik niet vol. Maar ik heb er wel wat
goeds aan over gehouden kijk maar: op mijn vijftiende kocht ik deze draaibank."
Trots demonstreert Abels zijn draaibank: ,,de basis van alles". Hij legt
uit dat de draaibank ook een kip-en-ei verhaal in zich draagt: want wie was
er eerst? Anders gezegd heeft een draaibank geen draaibank nodig om gemaakt
te kunnen worden? Abels schreef er een tekst over, nadat hij in Zuid
Frankrijk een oude draaibank van de schroot redde en repareerde. "Deze was
uit 1890, totaal verroest en incompleet. De trapaandrijving ontbrak, dus
hingen we er op de houtje-touwtje-manier een wasmachinemotor aan, met een
V-snaar van een Renault 4, trappen leek ons wat ouderwets. Na wat borstelen
en oliën bewoog alles weer. De hoofdas spelingvrij afgesteld en ook de
geleidingen. Opeens beseffen we dat een draaibank je door een barrière in
je werkplaats helpt. De vraag over de allereerste draaibank beantwoordt
zichzelf: we kunnen met deze motor een betere poelie draaien, voor nog een
betere motor. Zie: de enige machine die zichzelf verbeteren kan. Viva de
draaibank, moeder van alle machientjes!"
Abels heeft altijd geknutseld ,,maar het duurt wel lang tot je mensen
vindt". Hij stuitte op soortgenoten toen hij na een periode van knutselen
aan brommers en auto's, en een reis naar India, besloot uitvinder te
worden. ,,Opeens wist ik het: ik ben uitvinder." Hij nam bezit van een
werkplaats in het destijds gekraakte Silo-gebouw.
,,Vanaf toen werd alles anders, ik ontmoette mensen die net als ik
knutselde, alleen noemden zij zich kunstenaar. Ik kende die
kraakpandensfeer eigenlijk niet, ik was daar dan ook de enige Amsterdammer
en de meest technische van iedereen. In die tijd restaureerde ik kinetische
kunstwerken voor het Kroller Moller Museum en verdiende daar goed mee. Dat
was nogal ongebruikelijk in de kraakscene. Ik heb enorm moeten wennen aan
het gemeenschaps-gebeuren, maar had er uiteindelijk heel veel aan."
Hij laat een zwart-wit foto zien van de oude Silo-groep, een groep jonge
kunstenaars die allerlei activiteiten ondernam in hun kraakpand:
exposities, feesten, festivals. Ook toont hij afbeeldingen van een
uitvinding uit die tijd: 'de overboord-motor' als aanvulling op de buiten-
en binnenboordmotor. De motor wordt letterlijk overboord gegooid en komt
net boven water, want drijft op een halfopgepompte stootwil. Zo ligt de
motor enkele meters voor het stalen bootje onder water. Zittend op de boot,
waar de accu's in staan, bestuur je de motor alsof het een paard is, met
als teugels rode en zwarte stroomdraad.
,,Ik ben gek op bootjes en had genoeg van die motorherrie. Als-ie onder
water is, hoor je niks. In de overboordmotor zit trouwens de ruitenwisser
van een tram verwerkt, dat is een ander verhaal. Voor de gein heb ik er
toen een haaienvin op de stootwil bevestigd, zodat het net lijkt of je door
een haai wordt voortgetrokken. Eigenlijk was het ding beter zonder die vin.
Mensen wisten dan echt niet wat ze moesten denken. Soms dachten ze dat je
je hond die boot liet trekken en riepen dan vanaf de kant: dierenbeul!"
Abels lacht.
Voor zijn pand stopt een auto. Een kunstenares heeft haar atelier opgeruimd
en vraagt of een bromtol welkom is. Abels kijkt of de bromtol werkt en
herinnert zich dan weer zijn eerste kraakpand-ervaringen. ,, Het was niet
altijd leuk. In het begin dacht ik, misschien heb ik wel de verkeerde
kleren aan, de foute gympen. Maar uiteindelijk heeft het verblijf in de
SILO me veranderd. Ik ging meedoen met exposities."
Zo kwam het dat werk van Abels te zien was in kunstenaars sociëteit Arti en
galerie Latour in Amsterdam. Een van de werken die hij laat zien is een
grote vogel hij heeft meerdere variaties van het beest gemaakt- de
uitdaging was om het beest te laten voortbewegen doordat de vleugels een
luchtstroom zouden maken die hem voortduwen. Een van de eerste modellen
verkocht hij aan de KLM. waar het beest in hangar 14 rondvloog voor het
personeel en bezoekers. ,,Af en toe moest hij in de revisie, dan stond ik
mijn beestje te repareren naast monteurs en Boeings 747. Geweldig vond ik
dat. Belangrijk was dat mijn vogeltje bleef vliegen, jaar in jaar uit.
Langzaam haalde ik alle kinderziektes eruit. Hij heeft vijf jaar gevlogen.
Toen nam ik hem mee naar huis om te repareren, maar daar bleek geen geld
meer vpoor te zijn. Het was vlak na 11 september. Sindsien is hij weer
terug op het nest."
Een later model, de Ornitopther, dat mechanische vogel betekent, heeft een
vleugelspanwijdte van 5 meter en vliegt op zijn website. De vogel heeft
grote afstanden afgelegd in fabriekshallen op exposities. Abels werkt
altijd aan een groot project, en knutselt daarnaast aan zij-projectjes.
Zoals een glazen stulp waarin, op een stalen pen, een symmetrische vorm
(een S) is bevestigd met scherpe uiteinden, die als een gek rond draait. Er
volgt een verhaal over een ionenmotor en cascadeschakelingen. Een ander
object is gebaseerd op een Tesla-spoel. Twee stalen staafjes staan naast
elkaar, een zogenaamde jakobsladder waarlangs een blauwpaarse straal omhoog
loopt eindigend in een knetterend bergje. Ik mag er mijn vinger niet bij
houden want er staat 20.000 volt op.
Ook toont hij een object waarvan hij een latere versie verkocht heeft aan
strandpaviljoen Zeezicht in IJmuiden: The stardust generator. Aan een ronde
glazenbol, opgehangen als een kompas, is een lichtgevoelig oog en een lamp
bevestigd. De bol draait mika-stof (stel je verpulverde oude raampjes uit
een kolenkachel voor) in het rond tot de 'sterrennevel' neerdaalt en het
lichtgevoelige oog wordt bedekt, waardoor de bol stopt; de lamp warmt de
mika-stof op en de bol gaat weer draaien. Tot in lengte van dagen vormt het
ronddraaiende stof een spiraal die doet denken aan het melkwegstelsel, in
het klein. In zijn atelier hangt een model dat met kwik gemaakt is. Abels:
,, Wat exposeren betreft had ik het snel gehad met die grote witte ruimten.
Ik blijf steeds nieuwe scenes uitproberen. KLM dat is zaken doen, met Dirk
ben ik straatartiest, poppenspeler, en voor mijn vorig project 'de
dansmachine' stond ik als een deejay te knallen in het nachtleven."
Abels laat een manshoog wiel zien, dat hij kan ronddraaien en waar zestien
sensoren opzitten, een bespeelbare machine die elektronische muziek maakt.
Het wiel stuurt onder andere een sampler aan die geluiden maakt en de
Pyrobass, die door middel van gasexplosies basdreunen produceert. Later
voegde hij er ook nog een bewegend danspodium aan toe.
,,Ik heb twee versies gemaakt, ook een light-version om mee te reizen. Drie
jaar lang trad ik ermee op eerst in de techno-scene en vervolgens van de
Stadsschouwburg tot en met de Dogtroep."
Tenslotte vertelt hij ook nog over zijn Mandala-machine, een mechanisch
autootje dat stervormige sporen kan nalaten op de grond alsof het
spirituele tekeningen zijn; en over zijn Cotyl, een organische sculptuur,
een capsule die los in een constructie hangt op het strand en waar acht
mensen in kunnen. Terwijl de wind de bol-bezoekers heen en weer
wiegt, kunnen ze tegelijkertijd genieten van de geluiden van de wind. Het
is eigenlijk te veel om op te noemen maar op de fabels.org valt alles
uitgebreid te bekijken.
Mag ik Dirk, de zwerver, nog een keer zien bewegen? Nu toont Abels hoe hij
hem bestuurt: een bruinsuède schoudertas verbergt een radiografische
afstandsbediening, de joy-stick zit heel ingenieus verstopt onder de
franjes. De zwerver tilt zijn hoofd op en beweegt zijn haren. ,,Wees maar
niet verlegen, hoor Dirk," zegt Abels. De robot is levensecht schuchter,
mede dankzij de samenwerking met poppenspeler Mirjam Langemijer, die
eindeloos veel tijd heeft gestoken in het vermenselijken van Dirk. Het
lopen kostte uiteindelijk het meeste werk, Abels vernieuwde vier keer
compleet het mechaniek. Dirk duwt namelijk zijn kar echt voort.
,,Ik had ook een motortje op de zwenkwieltjes van het supermarktkarretje
kunnen maken, maar dan bungelt hij er achteraan. Mijn bedoeling is dat je
de eerste twintig seconden denkt dat Dirk echt is. Wat moet die gast nou
hier in de buurt? En als je ziet, dat het een machine is, word je
geconfronteerd met je eigen gedachten. Vervolgens blijft men om te kijken
naar de reacties van anderen die nog niet weten wie Dirk is. Zo kijken
mensen tenslotte naar elkaar, dat is toch prachtig."